Veelvoorkomende gebreken bij NEN 3140 inspecties | Deel 2

Welke gebreken worden geregeld aangetroffen in elektrotechnische installaties? Onze inspecteurs vertellen over veelvoorkomende gebreken bij een NEN 3140 inspectie. Lees er hier meer over.

Tijdens een NEN 3140 inspectie wordt een elektrotechnische installatie gekeurd op de algemene eisen voor veilige bedrijfsvoering. Meer weten? Bekijk dan ons artikel Wat houdt de NEN 3140 inspectie in?

In de NEN 3140 norm worden 9 uitgangspunten van veilige bedrijfsvoering van elektrische installaties en arbeidsmiddelen omschreven, waaronder veiligheid van de werkplek en gereedschappen. Benieuwd naar alle 9 uitgangspunten? Bekijk dan hier de 9 uitgangspunten van de NEN 3140 Deel 1 en Deel 2.

Veelvoorkomende gebreken van elektrotechnische installaties | NEN 3140 inspecties

Onze inspecteurs komen geregeld dezelfde soort gebreken tegen tijdens NEN 3140 inspecties. In deze blogserie delen zij hun ervaring met u.

Dit artikel is onderdeel van een serie. In dit artikel bespreken we gebrek 6 tot en met 10. Deel 1 gemist? Bekijk dan hier Veelvoorkomende gebreken bij NEN 3140 inspecties | Deel 1.

6. Aarddraad hangt los

Inspecteur: “In het paneel is loshangende bedrading waargenomen. Van de bedradingskoker ontbreekt het deksel.”

Een loshangende aarddraad wordt snel over het hoofd gezien, omdat dit niet gelijk gevolgen heeft voor de werking van de installatie. Toch is het van groot belang dat dit gebrek wordt aangepakt.

Ontstaat er kortsluiting terwijl de aardverbinding is onderbroken? Dan staat de volledige installatie onder stroom. Dat brengt uiteraard risico’s met zich mee rondom de veiligheid van gebruikers en de werking van de installatie.

Afbeelding 1: Aarddraad hangt los

7. Sparingen niet afgedicht

Inspecteur: “Van het paneel / de verdeler zijn een aantal sparingen niet afgedicht.”

Sparingen worden vaak gebruikt door monteurs om in de kast te kijken. Wanneer dit echter niet gaande is, moeten deze openingen afgedicht zijn. Wanneer dit niet het geval is, kunnen er onbedoeld gereedschap of andere spullen in vallen. Bovendien kan vocht, vuil en ongedierte binnenkomen met brandgevaar, risico op kortsluiting en doorgebeten kabels als gevolg. Deze risico’s zijn extra groot wanneer de installatie buiten staat.

Sparingen dienen dus altijd goed afgedicht te zijn. In het geval van onderstaande afbeelding zou een kast – of plaat – met een invoerwartel bovenop moeten worden geplaatst.

Afbeelding 2: Sparingen niet afgedicht

8. Meerdere leidingen onder één aansluitklem op hoofdaardrail

Inspecteur: “Op de hoofdaardrail zijn meerdere leidingen onder één aansluitklem gemonteerd.”

Leidingen dienen separaat te worden gemonteerd op de hoofdaardrail. Wanneer meerdere leidingen zijn gemonteerd onder een enkele aansluitklem, is het onmogelijk om losse metingen uit te voeren aan de installatie.

Metingen van aardaansluitingen moeten separaat kunnen worden uitgevoerd, zonder andere los te moeten halen. Dit verkleint onder andere de veiligheidsrisico’s voor gebruikers tijdens zo’n meting.

Afbeelding 3: Meerdere leidingen onder één aansluitklem op hoofdaardrail

9. Tekeningenpakket niet in beheer

Inspecteur: “Tekeningenpakket is niet in beheer.”

Het tekeningenpakket van een installatie moet altijd goed in beheer zijn. Bij een wijziging aan de installatie, bijvoorbeeld door een monteur, moet dit direct in alle tekeningen worden aangegeven. Een (revisie)tekening moet te allen tijde actueel en correct zijn, zodat monteurs en gebruikers van de installatie goed op de hoogte zijn en veilig kunnen werken.

De monteur markeert de wijziging met pen in de tekeningen op locatie. Vervolgens neemt hij een kopie mee, zodat er een revisie kan worden doorgevoerd in de officiële tekeningen. Vervolgens dient er een nieuwe versie van de officiële tekeningen bij de installatie te worden geplaatst.

De installatieverantwoordelijke (IV) draagt zorg en is verantwoordelijk voor het beheer van de tekeningen. Zo moet de IV duidelijk in de opdracht beschrijven dat de installateur revisietekeningen moet aanleveren voor iedere wijziging. Lees hier meer over taken & verantwoordelijkheden van een installatieverantwoordelijke.

Afbeelding 4: Tekeningenpakket niet in beheer

10. Nulleiding niet volledig naar functie gekenmerkt

Inspecteur: “De nulleiding is niet (over de gehele lengte) naar functie gekenmerkt.”

De nulleiding dient altijd over de gehele lengte blauw gemarkeerd te zijn, zodat het duidelijk is om welke leiding het gaat. Het is van belang voor de veiligheid van gebruikers en de installatie dat het altijd duidelijk is welke leidingen nulleidingen zijn. Wanneer een nulleiding niet correct wordt aangesloten, kan er een verkeerde hoeveelheid volt op de installatie komen te staan.

Een gedeeltelijke blauwe markering van de nulleiding, bijvoorbeeld door een stuk blauwe tape, is niet voldoende. Wanneer er bij een revisie dan het blauwe deel wordt verwijderd, is niet meer duidelijk dat het om een nulleiding gaat.

Afbeelding 5: Nulleiding niet volledig naar functie gekenmerkt

Heeft u vragen over de NEN 3140? Neem gerust contact op.

We staan u graag bij met advies en inspecties om de veiligheid van uw elektrotechnische installaties te waarborgen.

Als inspectie- en adviesbureau zijn we onafhankelijk. Wij zijn SCIOS Scope 8 gecertificeerd en onze inspecteurs beschikken over specialistische kennis en ervaring betreft de NEN 3140 inspectie. In een persoonlijk gesprek maken we graag kennis en kijken we gezamenlijk hoe we u kunnen helpen.

Bel ons op 0184 – 41 07 12 of stel uw vraag via ons contactformulier.

Meer weten over de NEN 3140?

Meer lezen over de NEN 3140? Bekijk dan ook eens deze artikelen:

Wat houdt de NEN 3140 inspectie in?

9 uitgangspunten van de NEN 3140 | Deel 1

9 uitgangspunten van de NEN 3140 | Deel 2

Veelvoorkomende gebreken bij NEN 3140 inspecties | Deel 1

Veelvoorkomende gebreken bij NEN 3140 inspecties | Deel 2